Koop je een tweede woning of een vakantiehuis, dan betaal je meer overdrachtsbelasting dan bij een huis waarin je zelf gaat wonen. Hoeveel precies, verandert de laatste jaren bijna ieder jaar. Op Prinsjesdag 2026 kondigde het kabinet opnieuw een verlaging aan. In dit artikel zetten we op een rij wat je in 2026 en 2027 betaalt, wanneer welk tarief geldt en welke andere belastingen en kosten er bij een tweede woning komen kijken.
Overdrachtsbelasting tweede woning: van 10,4% naar 8% naar 7%
Sinds 2021 kent Nederland een apart tarief voor woningen die de koper niet zelf gaat bewonen. Dat geldt voor beleggers die een huis kopen om te verhuren, maar ook voor iedereen die een tweede woning of vakantiehuis koopt. De ontwikkeling van dat tarief:
| Jaar | Tweede woning | Eigen woning |
|---|---|---|
| 2025 | 10,4% | 2% |
| 2026 | 8% | 2% |
| 2027 (voorstel) | 7% | 2% |
De verlaging naar 7% is aangekondigd op Prinsjesdag en maakt deel uit van het Belastingplan 2027. De Tweede en Eerste Kamer moeten er nog over stemmen, maar de verwachting is dat het tarief per 1 januari 2027 ingaat.
De startersvrijstelling (0% voor kopers onder de 35) geldt níet voor een tweede woning, ook niet als je zelf jonger bent dan 35. Die vrijstelling is uitsluitend bedoeld voor een woning die je hoofdverblijf wordt.
Welk moment telt: de koopovereenkomst of de levering?
Belangrijk om te weten: voor de overdrachtsbelasting is het moment van de notariële levering bepalend, niet de datum waarop je de koopovereenkomst tekent. Koop je dus in het najaar van 2026 een vakantiewoning en vindt de overdracht bij de notaris in januari 2027 plaats, dan betaal je (als het voorstel wordt aangenomen) 7%.
Een rekenvoorbeeld bij een vakantiewoning van € 350.000:
- Levering in 2026: 8% = € 28.000
- Levering in 2027: 7% = € 24.500
Een verschil van € 3.500. Koop je dit najaar, dan is het dus de moeite waard om met de verkoper een leveringsdatum na 1 januari af te spreken. Voor verkopers geldt het omgekeerde: flexibiliteit in de leverdatum kan je woning aantrekkelijker maken voor kopers.
Box 3: jaarlijkse belasting over de waarde van je tweede woning
Een tweede woning valt voor de inkomstenbelasting in box 3, als vermogen. Je betaalt dus geen belasting over de huurinkomsten zelf, maar wel jaarlijks een vermogensrendementsheffing over de WOZ-waarde van de woning. De Belastingdienst rekent daarbij met een fictief rendement. Voor de categorie 'overige bezittingen', waaronder een tweede woning valt, bedraagt dat fictieve rendement in 2027 6,37% (in 2026: 6,00%). Het box 3-tarief blijft 36%. Daardoor betaal je afgerond 2,3% belasting over de waarde die je op 1 januari 2027 aan overige bezittingen hebt, boven het heffingsvrije vermogen van € 60.098 per persoon.
Bij een vakantiewoning met een WOZ-waarde van € 300.000 komt dat neer op ruwweg € 6.900 per jaar, ervan uitgaande dat je het heffingsvrije vermogen al met ander vermogen benut. Is je werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement, dan kun je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling, waarbij de belasting wordt berekend over het lagere werkelijke rendement. Een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement stond gepland voor 2028, maar die datum staat sinds Prinsjesdag 2026 op losse schroeven. Zolang dat stelsel er niet is, blijft het huidige systeem gelden.
Goed om te weten: sluit je een hypotheek af voor je tweede woning, dan is de rente daarvan niet aftrekbaar. Hypotheekrenteaftrek geldt alleen voor de eigen woning.
Gemeentelijke belastingen: OZB, forensenbelasting en toeristenbelasting
Naast de landelijke belastingen heft de gemeente waar je tweede woning staat ook belasting. Denk aan:
- Onroerendezaakbelasting (OZB), een percentage van de WOZ-waarde, net als bij je eigen woning.
- Forensenbelasting. Veel gemeenten met veel tweede woningen, waaronder de gemeente Sluis, heffen deze belasting van mensen die er geen hoofdverblijf hebben, maar er wel meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning ter beschikking houden. In Sluis was het tarief in 2024 5 promille van de WOZ-waarde, met een minimum van € 500 en een maximum van € 5.000. Check de actuele tarieven op de website van de gemeente.
- Toeristenbelasting, als je de woning verhuurt. Deze reken je meestal door aan je gasten.
- Rioolheffing en afvalstoffenheffing, vaak tegen een apart tarief voor recreatiewoningen.
Btw bij verhuur
Verhuur je je vakantiewoning via een park of verhuurorganisatie en ben je daarmee btw-ondernemer? Het btw-tarief op de kortdurende verhuur van vakantiewoningen is per 1 januari 2026 gestegen van 9% naar 21%. Dat drukt de netto-opbrengst uit verhuur. Laat je hierover adviseren door een fiscalist, want of je btw-plichtig bent en wat je kunt terugvragen, hangt af van je situatie.
Overige kosten bij een tweede woning
Tot slot de kosten die niet van de Belastingdienst of gemeente komen, maar die je wel in je rekensom moet meenemen:
- Notaris- en kadasterkosten bij de aankoop
- Een goede verzekering voor opstal, inboedel en aansprakelijkheid
- Bij een woning op een park: de jaarlijkse parkbijdrage en eventuele verplichte schoonmaak- en verhuurkosten
- Onderhoud, energie en internet
- Eventueel de kosten van een hypotheek zonder renteaftrek
Tweede woning kopen in Zeeuws-Vlaanderen?
De overdrachtsbelasting op een tweede woning is in twee jaar tijd gedaald van 10,4% naar (naar verwachting) 7%. Dat maakt de aankoop van een vakantiehuis een stuk aantrekkelijker dan een paar jaar geleden. Tegelijkertijd zijn de jaarlijkse lasten in box 3 en de btw op verhuur gestegen. Reken dus altijd het hele plaatje door voordat je koopt.
Bij Tak Makelaardij zijn we gespecialiseerd in de aan- en verkoop van recreatiewoningen in Cadzand en de rest van West-Zeeuws-Vlaanderen. We zijn geen belastingadviseur, maar we kennen de regels, de parken en de gemeente als geen ander en denken graag met je mee. Bekijk ons aanbod, bel ons op 0117 85 29 51 of loop binnen op Boulevard de Wielingen 54 in Cadzand-Bad.